Met onderstaande oefening kun je oefenen met hoofdletters. Vul in elke zin het woord in dat achter de zin staat en let goed op het gebruik van hoofdletters.
Mijn tante woont in
. (londen)
is de hoofdstad van Frankrijk. (parijs)
Ik heb nieuwe
gekocht. (fietsen)
is een populaire sport in Nederland. (hockey)
is de grootste stad van de Verenigde Staten. (new york)
We gaan zaterdag naar een
kerstmarkt. (duitse)
Vera woont aan de
in Groningen. (bergweg)
De
is een rivier in Egypte. (nijl)
Ik ga met mijn moeder winkelen in
. (utrecht)
Mijn vader leest bij het ontbijt vaak de
. (krant)
Nog meer oefeningen doen met hoofdletters? Keer dan terug naar de pagina HOOFDLETTERS.
En ook de namen en landen en steden