Met onderstaande oefening kun je oefenen met woordenschat. Wat is de betekenis van het vetgedrukte woord?
We leren bij geschiedenis over een farao.
Op internet zie ik het formaat van de fiets staan.
Volgens mij is dat een fakkel.
Mijn oom werkt in een fabriek.
We staan in de file.
Hij is aan het flippen.
Op het vliegveld fouilleren ze reizigers.
De fundering van het huis is klaar.
Geef je een fooi?
Ik loop naar de fontein.
Nog meer oefeningen doen met woordenschat? Keer dan terug naar de pagina WOORDENSCHAT.
!!!!!!