Meervoud

Categorie: Taal & spelling Laatst bijgewerkt: maandag 17 april 2017

Welkom op de pagina over het meervoud!

Bovenaan deze pagina staat een uitleg over het gebruik van het meervoud. Daaronder vind je oefeningen met het meervoud. We raden je aan om eerst de uitleg door te lezen en daarna te gaan oefenen. Als je het al snapt kun je ook direct gaan oefenen.

Banner meervoud

 

UITLEG:

Zelfstandige naamwoorden hebben meestal een enkelvoud en een meervoud. Een zelfstandig naamwoord is een woord waar je de, het of een voor kunt zetten. De belangrijkste regels bij het omzetten van een woord van enkelvoud naar meervoud zijn:

 

Meervoud op -en

  • Veel woorden eindigen in het meervoud op -en. Voorbeelden:
    • een boek - twee boeken
    • een fiets - twee fietsen
    • een sport - twee sporten
  • Bij woorden die in het enkelvoud een lange klinker hebben in de laatste lettergreep met daarachter nog één medeklinker verdwijnt in het meervoud één van de klinkers. Lange klinkers zijn: aa, ee, oo en uu. Voorbeelden:
    • een aap - twee apen
    • een been - twee benen
    • een buur - twee buren
  • Bij woorden die in het enkelvoud een korte klinker hebben in de laatste lettergreep met daarachter nog één medeklinker komt er in het meervoud vaak een extra medeklinker bij (dit is niet zo als de klemtoon niet op de laatste lettergreep ligt). Korte klinkers zijn: a, e, i, o en u. Voorbeelden:
    • een vak - twee vakken
    • een pet - twee petten
    • een bos - twee bossen
    • MAAR: een havik - twee haviken
    • MAAR: een monnik - twee monniken
  • Een woord die in het enkelvoud eindigt op een -s krijgt in het meervoud meestal een z. Een woord die in het enkelvoud eindigt op een f krijgt in het meervoud meestal een v. Maar dit is niet altijd zo! Voorbeelden:
    • een reus - twee reuzen
    • een brief - twee brieven
    • MAAR: een kaars - twee kaarsen
    • MAAR: een fotograaf - twee fotografen
  • Een woord die in het enkelvoud eindigt op -ee krijgt in het meervoud ën erachter. Voorbeelden
    • een zee - twee zeeën
    • een slee - twee sleeën
  • Bij woorden die in het enkelvoud eindigen op -ie is het vaak lastig om de meervoudsvorm te bepalen. De regel is: valt de klemtoon op de ie, dan komt er een extra e. Valt de klemtoon niet op de ie, dan komt er geen extra e. Soms krijg je een -s achter het enkelvoud. Voorbeelden:
    • een knie - twee knieën
    • een kolonie - twee koloniën
    • een ruzie - twee ruzies

 

Meervoud op -s

  • Veel woorden eindigen in het meervoud op een -s. Meestal komt die direct achter het zelfstandig naamwoord (dus zonder apostrof). Voorbeelden:
    • een café - twee cafés
    • een sirene - twee sirenes
    • een computer - twee computers

 

  • Je plaatst een apostrof (dus -'s) als dat nodig is voor de uitspraak. Dit geldt meestal bij de klinkers a, o, u en y (uitzondering: leenwoorden uit het Engels die eindigen op -ay en -ey). Je zou anders zeggen [opas] in plaats van [opaas]. Je plaatst ook een apostrof als het woord een afkorting is of cijfers bevat. Voorbeelden:
    • een opa - twee opa's
    • een piano - twee piano's
    • een dj - twee dj's
    • MAAR: een display - twee displays

 

Meervoud op -eren

  • Bij sommige zelfstandige naamwoorden komt er in het meervoud -eren achter. Voorbeelden:
    • een kind - twee kinderen
    • een ei - twee eieren

 

Meervoud op -a of -i

  • Sommige woorden uit het Latijn eindigen in het meervoud op een -a of -i.
  • Woorden die in het enkelvoud eindigen op -um krijgen in het meervoud de uitgang -a. Voorbeeld:
    • een museum - twee musea
  • Woorden die in het enkelvoud eindigen op -us krijgen in het meervoud de uitgang -i. Voorbeeld:
    • een musicus - twee musici

 

Alleen enkelvoud of alleen meervoud

  • Sommige zelfstandige naamwoorden hebben geen meervoud en komen alleen voor in het enkelvoud. Voorbeelden:
    • goud
    • muziek
    • zand
    • politie
  • Andere woorden komen alleen voor in het meervoud. Voorbeeld:
    • hersenen/hersens

 

OEFENINGEN:

De makkelijkste oefeningen staan bovenaan deze pagina. De moeilijkste oefeningen staan onderaan deze pagina. Bij elke oefening staat voor welke groep deze bedoeld is.

 

Kies telkens welke vorm van het meervoud goed is.

Uitleg: Er zijn telkens twee of drie meervoudsvormen zichtbaar. Jij moet de goede vorm kiezen. Door op [A], [B] of [C] te klikken kies je de goede vorm. Er komt dan te staan of dit goed of fout is. Met [=>] kun je naar de volgende vraag.

 

Vul telkens de goede vorm van het meervoud in.

Uitleg: Klik op de stippellijn achter de zelfstandige naamwoorden en vul daar het meervoud in. Als je klaar bent klik je op [nakijken].

 

Typ telkens de goede vorm van het meervoud in.

Uitleg: Je ziet meerdere zelfstandige naamwoorden. Typ achter elk zelfstandig naamwoord de goede vorm van het meervoud. Aan het eind klik je op [nakijken]. Met de knop [spieken] wordt telkens één letter van het antwoord voorgezegd.

 

Vragen, tips en opmerkingen horen we graag! Neem contact met ons op of laat hieronder een reactie achter.

Hits: 13072