Woordenboek

Categorie: Taal & spelling Laatst bijgewerkt: maandag 17 april 2017

Welkom op de pagina over het gebruik van een woordenboek!

Bovenaan deze pagina staat een uitleg over het gebruik van een woordenboek. Daaronder vind je oefeningen met het gebruik van een woordenboek. We raden je aan om eerst de uitleg door te lezen en daarna te gaan oefenen. Als je het al snapt kun je ook direct gaan oefenen.

Banner woordenboek
Bron afbeelding: https://pixabay.com/nl/man-op-zoek-woorden-boek-black-29749/ (foto gemaakt door: Clker-Free Vector-Images, onder Creative Commons licentie)

 

UITLEG:

Een woordenboek zul je waarschijnlijk niet zoveel gebruiken. Ook straks op het voortgezet onderwijs zul je niet zo vaak een woordenboek gebruiken, omdat je woorden gemakkelijk kunt opzoeken op internet. Maar het is wel belangrijk dat je kunt werken met een woordenboek, omdat je bij toetsen geen gebruik mag maken van internet en een woordenboek vaak betere vertalingen geeft dan internet.

Als je een woordenboek opent krijg je vaak eerst informatie over hoe je dat woordenboek moet gebruiken. Bijvoorbeeld wat de tekentjes en extra informatie die bij een woord staan betekenen. Bij een woord staat namelijk meer dan alleen de betekenis. Vaak vind je ook het geslacht van het woord, de uitspraak, de meervoudsvorm enzovoort.

Wil je werken met een woordenboek, dan is het belangrijk dat je de volgorde van het alfabet goed kent. Je kunt eventueel oefenen op onze pagina over het alfabet.

 

OEFENINGEN:

De makkelijkste oefeningen staan bovenaan. De moeilijkste oefeningen staan onderaan. Bij elke oefening staat voor welke groep deze bedoeld is. 

Schrijf de antwoorden op de vragen bij voorkeur op een blaadje (of onthoud ze). Controleer daarna of je het goed hebt, onderaan deze pagina.

 

OEFENING 1 (vooral bedoeld voor groep 6, groep 7 en groep 8):

Zoek de betekenis van de volgende woorden op in het woordenboek:

  • armband
  • beton
  • pijnappel
  • total loss
  • wisselgeld

 

OEFENING 2 (vooral bedoeld voor groep 6, groep 7 en groep 8):

Hieronder staan een aantal woorden met hun betekenis. Vul de goede woorden in het verhaaltje in.

TIP! Sla de woorden over die je niet meteen weet en vul deze als laatste in.

 

ambassade - de gezamelijke diplomatiek vertegenwoordigers van een staat bij een andere staat (in Nederland zit bijvoorbeeld de Duitse ambassade en in Duitsland zit de Nederlandse ambassade)

camping - kampeerterrein (je gaat hier vaak in de zomer heen met een tent of caravan)

cockpit - stuurcabine in een vliegtuig (hier zitten de piloten)

douane - dienst voor in- en uitvoerrechten (de douane controleert onder andere je bagage, je koffers en tassen)

kathedraal - hoofdkerk van een bisdom, domkerk (een hele grote kerk)

marechaussee - korps van de militaire rijkspolitie (de marechaussee controleert onder andere je paspoort of ID-kaart)

paspoort - legitimatiebewijs op vertoon waarmee men toegang krijgt tot andere landen

stacaravan - grote caravan die men niet zonder meer kan verplaatsen en die bestemd is voor het staan op een vaste plek

stewardess - vrouw die passagiers bedient, met name in vliegtuigen

vliegtuig - toestel dat kan vliegen

 

Op vakantie

Kees gaat dit jaar samen met zijn ouders en broertje op vakantie, ze gaan naar Spanje. Op een __________ in de buurt van Barcelona hebben ze een __________ gehuurd. Zijn vader wil graag met de auto op vakantie, maar zijn moeder wil graag met het __________. Op vakantie willen ze een mooie __________ bezichtigen en ze gaan natuurlijk naar het strand. Uiteindelijk is ook vader overgehaald en gaan ze met het vliegtuig. Op het vliegveld vertelt de __________ dat er iets mis is met het _________ van vader. En de __________ blijkt een speelgoedauto van zijn broertje voor bom aan te zien. Vader weet via de Spaanse __________ het probleem met het paspoort op te lossen. Ze kunnen alsnog op vakantie!

Als ze het vliegtuig instappen verwelkomt een __________ hen. Omdat ze op tijd zijn mogen ze een kijkje nemen in de __________ bij de piloten. Ze hebben twee hele fijne weken in Spanje!

 

ANTWOORDEN:

OEFENING 1

  • armband = sieraad om pols • band om de arm
  • beton = hard bouwmateriaal dat onder andere bestaat uit zand, grind en cement
  • pijnappel = kegelvormige vrucht met schubben van de pijnboom
  • total loss = zo kapot dat reparatie zinloos is
  • wisselgeld = geld dat men terugkrijgt als men niet gepast betaalt

 

OEFENING 2

Op vakantie

Kees gaat dit jaar samen met zijn ouders en broertje op vakantie, ze gaan naar Spanje. Op een camping in de buurt van Barcelona hebben ze een stacaravan gehuurd. Zijn vader wil graag met de auto op vakantie, maar zijn moeder wil graag met het vliegtuig. Op vakantie willen ze een mooie kathedraal bezichtigen en ze gaan natuurlijk naar het strand. Uiteindelijk is ook vader overgehaald en gaan ze met het vliegtuig. Op het vliegveld vertelt de marechaussee dat er iets mis is met het paspoort van vader. En de douane blijkt een speelgoedauto van zijn broertje voor bom aan te zien. Vader weet via de Spaanse ambassade het probleem met het paspoort op te lossen. Ze kunnen alsnog op vakantie!

Als ze het vliegtuig instappen verwelkomt een stewardess hen. Omdat ze op tijd zijn mogen ze een kijkje nemen in de cockpit bij de piloten. Ze hebben twee hele fijne weken in Spanje!

 

Vragen, tips en opmerkingen horen we graag! Neem contact met ons op of laat hieronder een reactie achter.

Hits: 8621