+ en − sommen

Categorie: Rekenen Laatst bijgewerkt: maandag 17 april 2017

Welkom op de pagina over + en − sommen!

Bovenaan deze pagina staat een uitleg over berekeningen doen met plussommen en minsommen. Daaronder vind je oefeningen met plus- en minsommen.  We raden je aan om eerst de uitleg door te lezen en daarna te gaan oefenen. Als je het al snapt kun je ook direct gaan oefenen.

Banner plus- en minsommen

 

 

UITLEG:

Je kunt hieronder de hele uitleg lezen of direct naar het deel gaan waar jij meer over wilt weten:

 

Plussommen en minsommen, ook wel erbij sommen en eraf sommen, gebruik je om getallen bij elkaar op te tellen of van elkaar af te halen. Haal je bijvoorbeeld bij de bakker een brood voor €1,50 en een krentenbol voor €0,50, dan tel je die bedragen bij elkaar op om te weten wat je moet betalen (dus €1,50 + €0,50 = €2,-). Koop je een spijkerbroek voor €80,- en krijg je €30,- korting, dan haal je die bedragen van elkaar af om te weten wat je moet betalen (dus €80,- − €30,- = €50,-).

 

Plussommen:

Als we praten over plussommen (of erbij sommen) gaat het om getallen die je bij elkaar optelt. Bijvoorbeeld 8 + 2 = 10. Makkelijke optelsommen kun je het beste uit je hoofd uitrekenen. Een handige manier daarbij is om getallen op te splitsen naar tientallen. Hoe werkt dat? Stel, je wilt berekenen hoeveel 7 + 5 is. Je kunt de vijf het beste zo opsplitsen dat je 7 + ... = 10 krijgt. Dus 7 + 3 (= 10) + 2 (want je moet je 3 nog wel van de 5 afhalen en het overgebleven deel er ook bij optellen). Dus 7 + 5 = 7 + 3 + 2 = 10 + 2 = 12. Een ander voorbeeld: 82 + 14. Eerst maak je er 90 van, dat bereik je door 8 bij 82 op te tellen. 82 + 14 = 82 + 8 + 6 = 90 + 6 = 96. Wat je ook kunt doen is 82 verminderen naar 80 en de 2 bij de 14 op te tellen, dat werkt zo: 82 + 14 = 80 + 2 + 14 = 80 + 16 = 96. Nog een ander voorbeeld op deze manier: 93 + 19. Dit is hetzelfde als 90 + 3 + 19 = 90 + 22 = 112.

 

Grote getallen of een optelsom met heel veel getallen kun je het beste op papier uit rekenen. Zorg dat de rechterkant altijd recht onder elkaar staat en houd (van links naar rechts) deze volgorde aan: duizendtallen - honderdtallen - tientallen - eenheden. We doen het voor met een voorbeeldsom: 1852 + 738 + 9.

1852 + 739 + 9

Bij stap 1 schrijf je de som op zoals hij hierboven stond (1852 + 738 + 9). Je begint altijd met de rechterrij op te tellen (zoals je in stap 2 kunt zien). 2 + 8 + 9 = 19. Je schrijft de 9 op en moet de 1 onthouden (die kun je er klein boven schrijven). In stap 3 tel je de volgende rij op (je begint altijd rechts en werkt naar links). Dus 5 + 3 + de 1 die je had onthouden (van stap 2) = 8 + 1 = 9. Je hoeft nu dus niks te onthouden, omdat 9 maar uit één getal bestaat. In stap 4 tel je de volgende rij op, dus 8 + 7 = 15. Je schrijft de 5 op en de 1 moet je onthouden (omdat dit antwoord dus uit twee getallen bestaat!). In stap 5 doe je 1 + de 1 die had onthouden (van stap 4) = 1 + 1 = 2. Het antwoord van 1852 + 738 + 9 is dus 2599.

 

Minsommen:

Als we praten over minsommen (of eraf sommen) gaat het om getallen die je van elkaar afhaalt. Bijvoorbeeld 8 − 2 = 6. Makkelijke optelsommen kun je het beste uit je hoofd uitrekenen. Een handige manier daarbij is om getallen op te splitsen naar tientallen. Hoe werkt dat? Stel je wilt berekenen hoeveel 26 − 9 is. Eerst doe je 26 − 6 = 20. Daarna haal je de rest (3 dus) er af, dus 20 − 3 = 17. Een ander voorbeeld: 62 − 8 = 60 − 6 = 54.

 

Grote getallen of een minsom met heel veel getallen kun je het beste op papier uit rekenen. Zorg dat de rechterkant altijd recht onder elkaar staat en houd (van links naar rechts) deze volgorde aan: duizendtallen - honderdtallen - tientallen - eenheden. We doen het voor met een voorbeeldsom: 1433 − 607.

1433 − 607

Bij stap 1 schrijf je de som op zoals hij hierboven stond (1433 − 607). Je begint altijd met de rechterrij. 3 − 7 kan niet, dus moet je een tiental 'lenen'. Je verandert de 3 in een 2 en mag nu uitrekenen 13 − 7. 13 − 7 = 6. In stap 3 doe je 2 − 0 (want de drie is bij stap 2 een twee geworden). 2 − 0 = 0. Bij stap 4 doe je 4 − 6. Dat kan niet, dus je 'leent' een duizendtal. Dan mag je 14 − 6 doen. 14 − 6 = 8. Het antwoord van 1433 − 607 is dus 826. 

 

Nog één stapje moeilijker: 402 − 76.

402 − 76

Bij stap 1 schrijf je de som op zoals hij hierboven stond (402 − 76). Stap 2: je begint altijd met de rechterrij. 2 − 6 kan niet, dus moet je een tiental 'lenen'. Er is alleen geen tiental om te lenen (want die is 0). Dus moet je een honderdtal 'lenen'. Je verandert de 4 in een 3 en de 0 in een 9 (normaal zou je hem in een 10 veranderen, maar er wordt een tiental 'uitgeleend'). Je mag nu uitrekenen 12 − 6 = 6. In stap 3 doe je 9 − 7 = 2 (want de 0 is bij stap 2 een negen geworden). In stap 4 moet je 3 − niks doen (want onder de 3 staan geen getallen meer). Je schrijft dus gewoon de 3 op. Het antwoord van 402 − 76 is dus 326.

 

OEFENINGEN:

De makkelijkste oefeningen staan bovenaan. De moeilijkste oefeningen staan onderaan. Bij elke oefening staat voor welke groep deze bedoeld is.

 

  • TIP! Kies zelf je spel... (vooral bedoeld voor groep 3, groep 4, groep 5, groep 6, groep 7 en groep 8)

Met dit spel oefen je op een leuke manier met plussommen en minsommen (of één van de twee). Je kunt zelf aangeven tot hoever je kunt tellen (10, 20 makkelijk, 20 moeilijk, 100 makkelijk of 100 moeilijk). Bovendien kun je zelf kiezen op welke manier je wilt oefenen!

Uitleg: Geef eerst aan tot hoever je kunt tellen en of je wilt oefenen met 'erbij', 'eraf' of 'erbij en eraf'. Vervolgens kies je voor één van de vier spellen. Als je gaat voor het ballonnenspel moet je klikken op de ballon met het juiste antwoord. Ga je voor het kaartje met het vraagteken dan speel je een sommenmemory waarbij je de goede kaartjes bij elkaar moet zoeken. Ook kun je kiezen voor het spel met de hoge hoeden waarbij je aangeeft onder welke hoed het goede antwoord zit. En tot slot kun je ook nog het stopwatchspel spelen waarbij je zo snel mogelijk 10 sommen moet oplossen. Je kunt er voor kiezen na poging 1 nog een keer te spelen om een nog hogere score te krijgen. Voor deze oefening heb je Adobe Flash Player nodig.

 

  • TIP! Rondje om de maan (vooral bedoeld voor groep 4, groep 5, groep 6, groep 7 en groep 8)

Ren rondjes om de maan en spring naar de goede antwoorden. Een leuk en leerzaam spel!

Uitleg: Kies eerst voor plussommen, minsommen of plus-, keer- en minsommen. Daarna start het spel. Wat je moet doen: In het midden van de maan zie je een plussom of minsom (of keersom) staan. Ook zie je vier antwoorden staan waar je uit kunt kiezen. Met de pijltjestoetsen (links en rechts) loop je naar het goede antwoord. Ben je bij het goede antwoord? Spring dan met het pijltje omhoog naar het antwoord toe. Los zoveel mogelijk sommen op binnen de tijd! Je wordt regelmatig beschoten (met oranje balletjes). Zorg dat je daardoor niet geraakt wordt, anders is het spel meteen afgelopen. TIP! Om de balletjes te ontwijken is het slim om de hele tijd te blijven lopen met je poppetje. Voor deze oefening heb je Adobe Flash Player nodig.

 

  • Rekentoppers (vooral bedoeld voor groep 4, groep 5, groep 6, groep 7 en groep 8)

Een uitdagende site met veel oefeningen. Welke plek verover jij in de highscores?

Uitleg: Om te beginnen klik je op [start]. Daarna klik je aan waar je mee wilt oefenen. Je kunt uit verschillende niveaus kiezen. Als je het niveau hebt aangeklikt kom je in een nieuw scherm waar je meteen kunt oefenen met plus- en minsommen (je kunt links aan- en uitvinken waar je mee wilt oefenen). Wil je een plek bij de highscores krijgen? Klik dan op de stopwatch en maak 20 sommen zo snel mogelijk!

 

Tom werkt bij een tankstation. Help jij hem door sommen uit te rekenen?

Uitleg: Voor elke som die je goed uitrekent geeft de pomp 1 liter brandstof. Probeer de auto's zo snel mogelijk te vullen met 10 liter brandstof. Klik op [start] om te beginnen en kies daarna of je sommen tot 20 wilt, sommen tot 100 of sommen tot 1000. Typ daarna bij elke som het goede antwoord in en druk op de Entertoets. Voor deze oefening heb je Adobe Flash Player nodig.

 

  • Plus en min (vooral bedoeld voor groep 5, groep 6, groep 7 en groep 8)

10 sommen per oefening. Je kunt aangeven tot hoever je kunt tellen (5, 10, 20, 100, 1.000 of 10.000).

Uitleg: Rechts kun je aangeven tot hoever je kunt tellen en of je met alleen plussommen wilt oefenen, met alleen minsommen of met allebei. Typ de uitkomst van de plussommen en minsommen. Als je de antwoorden allemaal hebt ingevuld klik je op [Resultaat]. Met [?] kun je zien wat het goede antwoord had moeten zijn. Voor een nieuwe oefening klik je op [Nieuwe oef.].

 

Met een kapotte rekenmachine moet je zo dicht mogelijk bij een bepaald getal zien te komen. Lukt het jou?

Uitleg: Bovenin de rekenmachine staat 'Doel: ...'. Dat is het getal dat jij moet zien te bereiken met je rekenmachine. Helaas doen niet alle toetsen het. Probeer met de toetsen die je wel hebt zo dicht mogelijk bij het doelgetal te komen. Naast plus- en minsommen kom je ook keer- en deelsommen tegen en het gebruik van haakjes (maar zonder haakjes lukt het ook!). Kun je niet dichterbij komen of heb je het doelgetal bereikt? Klik dan op [Dichter bij kom ik niet] en daarna op [Volgende opgave]. Hoe dichter bij je zit, hoe meer punten je verdient! Voor deze oefening heb je Java nodig.

 

  • Sommenmix (vooral bedoeld voor groep 7 en groep 8)

Los de sommen op. Soms zijn ze erg lastig, dan kun je het beste een kladblaadje gebruiken!

Uitleg: Klik eerst op [START]. Op de plaats van het vraagteken moet een getal komen te staan. Het zijn niet alleen plus- en minsommen, maar het kunnen ook keersommen en deelsommen zijn. Als je bijvoorbeeld de som '13 x ? = 130' moet je kiezen wat op de plaats van het vraagteken moet staan. In dit geval doe je dus 130 : 13. In dit geval is het antwoord dus 10. Als je de som klaar hebt klik je op [OK]. Voor deze oefening heb je Adobe Flash Player nodig.

 

  •  Welk teken? (vooral bedoeld voor groep 7 en groep 8)

Spel waarbij je het teken moet invullen. Goed antwoord? Dan verdien je punten. Bij een fout antwoord gaan er punten af.

Uitleg: Druk eerst op [START]. Vul daarna in welk teken je in moet vullen. Bijvoorbeeld bij de som '2 ? 2 = 4' moet je een +, -, x of : teken invullen op de plek van het vraagteken. Je hebt dus ook keer- en deelsommen. Voor deze oefening heb je Adobe Flash Player nodig.

 

Extra: 

Met Sommenmaker kun je werkbladen maken met plussommen, minsommen, keersommen en/of deelsommen. Je kunt het aantal sommen aangeven, de moeilijkheid en nog wat andere dingen. Handig om uit te printen. 

 

Vragen, tips en opmerkingen horen we graag! Neem contact met ons op of laat hieronder een reactie achter.

Hits: 20974

Reacties  

# Olifantenlover 06-01-2016 20:37
Zijn er ook wiskunde opgaven? Heb namelijk laatst onvoldoende gehaald :* (als 't goed is haal ik hem met de toets die ik laatst heb gemaakt weer op :roll: ) Maar voor de volgende toets zijn extra oefeningen altijd wel handig. Dusss... Hebben jullie die? :lol: 8) :p
Antwoorden
# Oefenplein 07-01-2016 13:48
Helaas staan er (op dit moment) geen wiskunde oefeningen op onze site. Alvast veel succes met je wiskunde toetsen! Wat altijd goed helpt is veel sommen maken uit je wiskundeboek!
Antwoorden
# ElephantLover 14-02-2016 13:51
:D
Heb ook laatst een onvoldoende gehaald.
Ik hoop dat er snel wiskunde oefeningen erop komen te staan. Dat lijkt mij handiger dan bijv. LO, daar heb je vrij weinig aan... :*
Antwoorden
# Oefenplein 14-02-2016 14:11
Bij het vak wiskunde ligt momenteel niet onze prioriteit. Wij zijn bezig met het uitbreiden van het vak Duits (onder andere grammatica) en hopen dit snel te kunnen realiseren. Daarnaast staat een nieuw vak op de planning: Nederlands. Ook moeten er diverse vakken die al op onze website staan (ook basisschool) vernieuwd worden.

Daarna gaan we verder kijken naar mogelijkheden voor het introduceren van het vak wiskunde.

Hoewel LO niet het meest nuttige vak lijkt, wordt dit vak toch best veel bekeken op onze website.
Antwoorden