Met onderstaande oefening kun je oefenen met leestekens. Typ de zinnen over en plaats leestekens op de goede plekken. Je moet ook goed opletten welke woorden je met een hoofdletter schrijft en welke met een kleine letter.

In deze oefening gebruik je komma's, punten, vraagtekens, uitroeptekens, dubbele punten en aanhalingstekens. Een dubbele punt gebruik je voor een opsomming, uitleg/verklaring of citaat. Aanhalingstekens gebruik je voor citaten. Let op! Gebruik in deze oefening dubbele aanhalingstekens.

 

juf zegt ik kan zien dat je thuis oefent
lisa vraagt aan roos ga je mee stoepkrijten
wil je vanmiddag spelen vraagt max
pas op roept pim
hij zegt ik ga naar het strand

Nog meer oefeningen doen met leestekens? Keer dan terug naar de pagina LEESTEKENS.

Over Oefenplein

Contactmogelijkheden

Verklaringen

Oefeningen

arrow_up