Met onderstaande oefening kun je oefenen met leestekens. Typ de zinnen over en plaats leestekens op de goede plekken. Je moet ook goed opletten welke woorden je met een hoofdletter schrijft en welke met een kleine letter.

In deze oefening gebruik je komma's, punten en vraagtekens. Komma's gebruik je bijvoorbeeld in opsommingen. Ook tussen twee persoonsvormen plaats je meestal een komma.

 

toen ik naar school fietste scheen de zon
ondanks dat hij moe is gaat hij niet slapen
als lieke naar huis loopt praat zij de hele tijd
toen het regende kocht hij een paraplu
hoewel hij ziek is gaat hij toch naar school

Nog meer oefeningen doen met leestekens? Keer dan terug naar de pagina LEESTEKENS.

Over Oefenplein

Contactmogelijkheden

Verklaringen

Oefeningen

arrow_up