Met onderstaande oefening kun je oefenen met leestekens. Typ de zinnen over en plaats leestekens op de goede plekken. Je moet ook goed opletten welke woorden je met een hoofdletter schrijft en welke met een kleine letter.

In deze oefening gebruik je komma's, punten en vraagtekens. Komma's gebruik je bijvoorbeeld in opsommingen.

 

na school ga ik spelen met joep kees en daan
gaan kim suzanne en sara samen spelen
papa mama en ik gaan samen met de trein naar utrecht
sophie julia en emma zijn mijn beste vriendinnen
vanavond eten we groente aardappelen en vlees

Nog meer oefeningen doen met leestekens? Keer dan terug naar de pagina LEESTEKENS.

Over Oefenplein

Contactmogelijkheden

Verklaringen

Oefeningen

arrow_up