Welkom op de pagina Carte Orange 1hv: Unité 2!

Thema: Tu habites où? (wonen en vervoer in de stad Parijs)

Je vindt hier woorden, grammatica en extra informatie over het thema 'tu habites où?' per apprendre/onderdeel en een oefentoets (+ antwoorden) over de het hele hoofdstuk.

 

WOORDEN, GRAMMATICA & EXTRA INFORMATIE:

Grammatica:

Il y a kan er is betekenen, maar ook er zijn. Vaak kun je het ook vertalen door er ligt, er staat, er zit (er liggen, er staan, er zitten). Voorbeeld: Il y a un vélo dans le jardin (= Er staat een fiets in de tuin.)

 

Oefentoets

Schrijf de antwoorden op de vragen bij voorkeur op een blaadje (of onthoud ze). Controleer daarna of je het goed hebt, onderaan deze pagina.

 

Woorden:

Vertaal de volgende woorden van het Frans naar het Nederlands:

  • la tour
  • aller
  • comme
  • alors
  • très fort

Vertaal de volgende woorden van het Nederlands naar het Frans:

  • vlakbij
  • klimmen, instappen
  • een lift
  • wat is er?
  • het bed
  • de flat, het appartement
  • de boom
  • tot later
  • hij heeft
  • zelfs

Zinnen:

Vertaal de volgende zinnen van het Nederlands naar het Frans:

  • Er is een grote tuin.
  • Waar ga je naartoe?
  • Hoeveel kamers hebben jullie?
  • Op welke verdieping is het?
  • Het is te ver om te lopen.

Grammatica:

Zet de volgende woorden in het meervoud en vertaal vervolgens de meervoudsvorm:

  • La maison
  • Une gare
  • L'arrêt
  • Un rendez-vous

Vul op de lege plekken il of elle in:

  • Voilà un garçon. __ est sympa.
  • Voilà une fille. __ est sympa.
  • Voilà la chambre. __ est grande.
  • Voilà l'étage. __ est grand.

Hoe kun je 'il y a' vertalen? Noem minstens 3 vertalingen.

 

De bovenstaande vragen zijn bedoeld ter controle, dus om te kijken of je het al (goed) kent. Dit is geen garantie voor een goed cijfer, aangezien wij niet al het lesmateriaal tot onze beschikking hebben en er moeilijkere vragen gesteld kunnen worden (de kans is groot dat je bij de toets (ook) toepassingsvragen krijgt, maar die zij niet in deze oefentoets opgenomen. Wij hebben geen beschikking over de toetsen van de methode, dus als vragen overeen komen met de echte toets berust dit op toeval.

 

Antwoorden van de oefentoets:

Woorden:

Vertaal de volgende woorden van het Frans naar het Nederlands:

  • la tour = de toren
  • aller = gaan
  • comme = net als, zoals
  • alors = dus, dan
  • très fort = heel hard

Vertaal de volgende woorden van het Nederlands naar het Frans:

  • vlakbij = tout près
  • klimmen, instappen = monter
  • een lift = un ascenseur
  • wat is er? = qu'est-ce qu'il y a?
  • het bed = le lit
  • de flat, het appartement = l'appartement
  • de boom = l'arbre
  • tot later = à plus
  • hij heeft = il a
  • zelfs = même

Zinnen:

Vertaal de volgende zinnen van het Nederlands naar het Frans:

  • Er is een grote tuin. = Il y a un grand jardin.
  • Waar ga je naartoe? = Tu vas où?
  • Hoeveel kamers hebben jullie? = Vous avez combien de pièces?
  • Op welke verdieping is het? = C'est à quel étage?
  • Het is te ver om te lopen. = A pied, c'est trop loin.

Grammatica:

Zet de volgende woorden in het meervoud en vertaal vervolgens de meervoudsvorm:

  • La maison = les maisons = de huizen
  • Une gare = des gares = stations
  • L'arrêt = les arrêts = de haltes
  • Un rendez-vous = des rendez-vous = afspraken

Vul op de lege plekken il of elle in:

  • Voilà un garçon. Il est sympa.
  • Voilà une fille. Elle est sympa.
  • Voilà la chambre. Elle est grande.
  • Voilà l'étage. Il est grand.

Hoe kun je 'il y a' vertalen? Noem minstens 3 vertalingen.

Je kunt 'il y a' vertalen met er is/er zijn, er ligt/er liggen, er staat/er staan en er zit/er zitten.

Reacties  

# Isabelle Gorisse 15-05-2017 13:38
"Tu vas où ?" est moins correct que : "Où vas-tu?"
Antwoorden
# Oefenplein 15-05-2017 16:32
Merci!
Antwoorden