Welkom op de pagina over Lidwoord meervoud!

In het enkelvoud gebruik je de lidwoorden le, la en l' (de/het). Als je daar meer over wilt weten moet je kijken op de pagina lidwoord enkelvoud.
In het meervoud gebruik je dan les [de s spreek je meestal niet uit].

Voorbeelden: le garçon → les garçons (= de jongens), la fille → les filles (= de meisjes) en l'appartement → les appartements (= de appartementen, de flats).

 

Ook gebruiken we in het enkelvoud de lidwoorden un en une (een). Als je daar meer over wilt weten moet je kijken op de pagina lidwoord enkelvoud.
In het meervoud gebruik je dan des [de s spreek je meestal niet uit]. Des is een delend lidwoord, in het Nederlands gebruik je dan geen lidwoord! Voorbeelden: un garçon → des garçons (= jongens) en une fille → des filles (= meisjes).

 

Samenvattend schema:

  Enkelvoud: Meervoud:
De/het: le, la of l' les
Een: un of une des