Werkwoorden op -er (voltooide tijd)

Categorie: Grammatica e.d. Laatst bijgewerkt: vrijdag 20 juli 2012

Welkom op de pagina over de Werkwoorden op -er (voltooide tijd)!

Als je wilt vertellen wat er in het verleden is gebeurd gebruik je in het Frans meestal de passé composé (voltooid tegenwoordige tijd).

De passé composé bestaat uit een vorm van het hulpwerkwoord avoir of être plus een voltooid deelwoord.

Voorbeeld: Elle a dansé avec ses amies. = Zij heeft gedanst met haar vriendinnen.

 

Het hulpwerkwoord:

De meeste werkwoorden krijgen in het Frans het hulpwerkwoord avoir.

Werkwoorden waarbij je in het Nederlands het hulpwerkwoord zijn gebruikt worden in het Frans meestal ook vervoegd met être. Een belangrijke uitzondering is être.

 

Het voltooid deelwoord:

Het voltooid deelwoord van een werkwoord op -er eindigt altijd op . Het voltooid deelwoord van onregelmatige werkwoorden staat ook op deze site. Hiervoor moet je kijken bij 'Onregelmatig werkwoord:' en dan het werkwoord.

 

Voorbeeld van een werkwoord dat vervoegd wordt met avoir:

(regarder = kijken)

j'ai regardé = ik heb gekeken, ik keek

tu as regardé = jij hebt gekeken, jij keek

il a regardé = hij heeft gekeken, hij keek

elle a regardé = zij heeft gekeken, zij keek

on a regardé = men heeft gekeken, men keek; wij hebben gekeken, wij keken

nous avons regardé = wij hebben gekeken, wij keken

vous avez regardé = jullie hebben gekeken, jullie keken; u heeft gekeken, u keek

ils ont regardé = zij hebben gekeken, zij keken

elles ont regardé = zij hebben gekeken, zij keken

 

Voorbeeld van een werkwoord dat vervoegd wordt met être:

(arriver = aankomen)

je suis arrivé = ik ben aangekomen, ik kwam aan

tu es arrivé = jij bent aangekomen, jij kwam aan

il est arrivé = hij is aangekomen, hij kwam aan

elle est arrivée = zij is aangekomen, zij kwam aan

on est arrivé = men is aangekomen, men kwam aan; wij zijn aangekomen, wij kwamen aan

nous sommes arrivés = wij zijn aangekomen, wij kwamen aan

vous êtes arrivé(s) = jullie zijn aangekomen, jullie kwamen aan; u bent aangekomen, u kwam aan

ils sont arrivés = zij zijn aangekomen, zij kwamen aan

elles sont arrivées = zij zijn aangekomen, zij kwamen aan

 

Let op! In een ontkennende zin in de passé composé staat ne voor het hulpwerkwoord en pas direct erachter.

Voorbeeld: Florian n'a pas rangé sa chambre. (= Florian heeft zijn kamer niet opgeruimd)

Hits: 11962