Welkom op de pagina over Écrire!

Betekenis = schrijven

 

présent:

j'écris = ik schrijf

tu écris = jij schrijft

il écrit = hij schrijft

elle écrit = zij schrijft

on écrit = men schrijft; wij schrijven

nous écrivons = wij schrijven

vous écrivez = jullie schrijven; u schrijft

ils écrivent = zij schrijven

elles écrivent = zij schrijven

 

passé composé:

j'ai écrit = ik heb geschreven, ik schreef