Welkom op de pagina over Dormir!

Betekenis = slapen

 

présent:

je dors = ik slaap

tu dors = jij slaapt

il dort = hij slaapt

elle dort = zij slaapt

on dort = men slaapt; wij slapen

nous dormons = wij slapen

vous dormez = jullie slapen; u slaapt

ils dorment = zij slapen

elles dorment = zij slapen

 

passé composé:

j'ai dormi = ik heb geslapen, ik sliep