Welkom op de pagina over Apprendre!

Betekenis = leren

 

présent:

je apprends = ik leer

tu apprends = jij leert

il apprend = hij leert

elle apprend = zij leert

on apprend = men leert; wij leren

nous apprenons = wij leren

vous apprenez = jullie leren; u leert

ils apprennent = zij leren

elles apprennent = zij leren

 

passé composé:

j'ai appris = ik heb geleerd, ik leerde