Welkom op de pagina over Finir!

Betekenis = eindigen, klaar zijn, afgelopen zijn

 

présent:

je finis = ik eindig

tu finis = jij eindigt

il finit = hij eindigt

elle finit = zij eindigt

on finit = men eindigt; wij eindigen

nous finissons = wij eindigen

vous finissez = jullie eindigen; u eindigt

ils finissent = zij eindigen

elles finissent = zij eindigen

 

passé composé:

j'ai fini = ik ben beëindigd, ik ben klaar